Wedstrijdinformatie

Van tevoren wordt afgesproken wie van de twee judoka’s de witte of rode wedstrijdband over zijn judoband moet dragen of, bij (inter)nationale wedstrijden, wie van de twee een blauw pak moet dragen. Dan kunnen de scheidrechters en het publiek nog beter zien wie er een punt scoort. Omdat een scorebord een witte en een rode (of blauwe) kant heeft, is het eenvoudig te zien welke judoka er punten heeft behaald in de wedstrijd.

Belangrijk: een grote score is meer waard dan heel veel kleinere scores. Bijvoorbeeld; 1 waza-ari is meer waard dan 10 yuko’s. Zoals een schilderij van Rembrandt van Rijn meer waard is dan 100 schilderijen van Mark Huizinga.

  • De laagste score in een wedstrijd is een yuko, 5 judopunten
  • Een waza-ari-score levert je 7 judopunten op, je kunt niet meer dan twee keer in een wedstrijd een waza-ari scoren. De tweede keer zegt de scheidsrechter waza-ari-awa-sete-ippon (samen ippon)
  • Een ippon is de hoogste score die je in een partij kunt behalen, 10 judopunten. Als een judoka een ippon heeft gescoord, is de wedstrijd afgelopen.

Een wedstrijd begint als de scheidrechter hajimé roept. Als hij maté roept, wordt er even gestopt en bij sore made is de wedstrijd afgelopen.

 

Hieronder nog een filmpje van Neil Adams die het Judo op een verrassend leuke manier uitlegt!

Wil je nou meer weten hoe het precies zit? Bekijk dan het onderstaande document van de Judo Bond Nederland waar het uitgebreid in staat.

Judoregels in begrijpelijke taal

Of voor de gevorderden lezers de volgende documenten

4.01 Judo Wedstrijdreglement

4.02 Judo Wedstrijdreglement voor jongeren onder 12 jaar